Speekselklier aandoeningen

Waar liggen de speekselklieren en wat doen ze?

Er zijn drie grote speekselklieren links en rechts. De oorspeekselklier (glandula parotis) ligt onder de huid bij de kaakhoek. Deze klier is met de vingers alleen te voelen bij zwelling of ontsteking. De bijhorende uitvoergang ligt in het wangslijmvlies tegenover de bovenste kiezen. Tijdens het eten stroomt daaruit vooral waterig speeksel. In rust en ‘s nachts bijna niets. Onder de kaakhoek bevindt zich de onderkaaksklier (gl. submandibularis. Het is niet ongewoon dat deze klier soms wel voelbaar is. De ondertongsklier (gl. sublingualis) vult de ruimte onder het slijmvlies van de mondbodem. De twee laatste klierparen hebben hun uitvoergang nagenoeg midden onder de tong. Ze maken slijmachtig speeksel, dat samen met het taaie speeksel uit de kleine kliertjes de mondholte vochtig houdt. De kleine muceuze speekselkliertjes liggen verspreid onder het slijmvlies van mond en keel. Enkele gespecialiseerde z.g. von Ebner kliertjes houden de smaakpapillen schoon, om telkens iets nieuws te kunnen proeven. Door het speeksel wordt het eten en praten gemakkelijker en genietbaar. Om dit mogelijk te maken kunnen de vloeistof- eigenschappen van speeksel snel wisselen van taai tot dun vloeibaar. Bovendien is de samenstelling is zeer gevarieerd. Speeksel maakt een begin met de spijsvertering van zetmeel en het bevat afweerstoffen, die zorgen voor het uitschakelen van een aantal schadelijke bacteriën.

Met de leeftijd treden veranderingen op. De functie verandert, waarbij na  simuleren nog wel een voldoende hoeveelheid gevormd wordt, maar in rust minder. Het duurt dan langer voordat speeksel in de mond komt. Vooral in de nacht kan daarbij een droog gevoel optreden. Er zijn kleine verschillen tussen man en vrouw. De menopauze heeft voor de vrouw daarop maar weinig invloed.

Ziekten van de speekselklieren komen af en toe voor. Sommige afwijkingen zijn een deel van een algemene ziekte.

Daarvoor is vooral de oorspeekselklier gevoelig. Zwelling kan optreden bij een verandering in de stofwisseling, zoals suikerziekte, leverziekten of schildklierafwijkingen. Ook bij groot alcoholgebruik of eetstoornissen, zoals anorexia nervosa. Deze veranderingen zijn bijna altijd dubbelzijdig. Bij een minder goede werking van hart en bloedvaten kan de speekselhoeveelheid afnemen en de samenstelling ervan veranderen. De speekselproductie, het slikken en de lipsluiting zijn nauwkeurig op elkaar afgestemd. Wanneer het slikken niet normaal gaat is de kans op kwijlen groot. Dit komt voor bij kinderen met een meervoudige handicap en bij de ziekte van Parkinson.

Sommige medicamenten remmen de speekselproductie sterk. Bekende remmers zijn middelen in gebruik tegen depressies, bij te hoge bloeddruk of bij urineverlies. Wanneer meerdere medicamenten tegelijk worden gebruikt, zoals op hogere leeftijd of bij longziekten, is de kans op deze bijwerking groter.

Zwelling en ontsteking treden wisselend op bij het syndroom van Sjögren. Deze ziekte, genoemd naar een Zweedse oogarts, treedt vooral bij vrouwen (90%) op. Er is dan een overproductie aan antistoffen, die zich hechten aan speeksel- en traanklieren en daar ontsteking en afbraak veroorzaken. Het gevolg is: intens droge ogen en mond, met veel irritatie en branderigheid van de slijmvliezen.

De bekendste ziekte van de speekselklieren is de bof, veroorzaakt door een virus. Door zijn grote besmettelijkheid is het vooral een kinderziekte. Het virus wordt door speekseldruppels overgebracht. Ontsteking treedt na een incubatietijd van 3 weken op en geeft meestal levenslange immuniteit. Vaccinatie is mogelijk.

Op alle leeftijden bestaat kans op de vorming van een speekselsteen. Meestal betreft het de onderkaaksklier. Pas wanneer de steen groter wordt, soms na jaren, treden klachten op. Kleine steentjes schieten wel eens naar voren en blokkeren de uitvoerpapil. Zwelling en pijn van de aangedane klier zijn het gevolg. Een klein steentje kan spontaan of door een kleine incisie te voorschijn komen. Röntgenonderzoek is steeds nodig om een eventuele “moeder” -steen dieper in de klier uit te sluiten.

Wanneer een ontsteking met pijn en zwelling optreedt aan één oorspeekselklier gaat daar meestal een blokkering of obstructie aan vooraf. Dat kan een steen zijn, maar ook een langer bestaande functievermindering, waarbij bacteriën uit de mond de uitvoergang binnendringen. Een enkele uren durende pijnloze zwelling is daarvan vaak de voorbode. Tuberculose van de speekselkieren komt in Nederland zelden voor.

Een stevige zwelling in een deel van de speekselklier kan een tumor of gezwel door nieuwgroei betekenen. In de oorspeekselklier is deze in ca. 80% goedaardig (pleiomorf adenoom). Bij verwaarlozing kunnen de afmetingen echter enorm worden. Operatie is altijd nodig.

Enkele gezwellen zijn kwaadaardig. Ze voelen veel harder en onregelmatig. Soms is er uitval van de zenuw van het gelaat, waardoor het ooglid of de mondhoek niet goed beweegt.

Het verlies van de functie van de speekselklieren veroorzaakt een hinderlijk gevoel van droge mond, meestal xerostomie genoemd. Naast het syndroom van Sjögren kan vooral bestraling in het hoofd-halsgebied intense droogheid veroorzaken.

Onderzoek bestaat vooral uit zorgvuldig nagaan van de voorgeschiedenis, kijken en voelen. Daarna komen andere methoden, zoals het meten van de klierfunctie met laboratoriumonderzoek van speeksel en bloed.

Afbeeldingen kunnen worden gemaakt met Röntgenonderzoek, waarbij Computer Tomografie en MRI (Magnetic Resonance Imaging = het afbeelden van een verstoring in kunstmatig opgewekte magnetische velden)

Soms worden radio-actieve stoffen gebruikt (isotopen) bij scintigrafie of kan een echoonderzoek nodig zijn. Wanneer de verdenking op een tumor bestaat is weefsel nodig voor verder onderzoek. Vaak is een prik of punctie met een dunne naald voldoende. Bij de behandeling van een gezwel is operatie nodig. Wanneer de afwijking kwaadaardig is komen ook andere oplossingen, zoals bestraling of het gebruik van celgroeiremmers (cytostatica), eventueel in combinatie, in aanmerking. Bij een ontsteking moet altijd naar de oorzaak worden gezocht. Wanneer een ontsteking opleeft worden meestal antibiotica toegepast. Eenmaal opgetreden beschadigingen vragen soms een meer huiselijke en praktische aanpak, zoals het dagelijks leeg masseren van holten in de klier.

Blijvend verlies van functie is moeilijk te behandelen. Vaak wat kauwen (suikervrij snoep met een krachtige smaak) geeft verlichting. Extra poetsen voorkomt bijkomende klachten. In de handel is kunstspeeksel van diverse samenstelling verkrijgbaar. De speekselklieren kunnen ook kortdurend (enkele uren) gestimuleerd worden met een medicament. Daarvoor komt pilocarpine (2,5 – 5 mg 5-3 daags) in aanmerking. Een recept is nodig.

Februari 2007